Naar wie is de toren vernoemd?

De toren is vernoemd naar professor en oud minister-president mr. P.S. Gerbrandy, tot 1958 voorzitter van de Raad van Beheer van de Nozema.

Pieter Sjoerds Gerbrandy werd geboren op 13 april 1885 in Goënga bij Sneek, in een gereformeerd gezin. Hij volgde het gymnasium aan een internaat in Zetten en studeerde rechten aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Na zijn promotie in 1911 vestigde hij zich als advocaat in Leiden. Hij sloot zich aan bij de ARP en was actief in de christelijk-sociale beweging. Tijdens de mobilisatie-periode (1914-1918) was hij reserve-officier. Toen Troelstra in november 1918 de revolutie uitriep, snelde Gerbrandy in uniform naar Den Haag om steun te betuigen aan de koningin. Kort daarop vestigde hij zich te Sneek. Van 1920 tot 1930 was hij, in de voetsporen van zijn vader, gedeputeerde van Friesland. In 1930 werd hij hoogleraar aan de Vrije Universiteit en in 1934 voorzitter van de Radioraad. In 1939 werd hij minister van Justitie onder De Geer, als enige antirevolutionair in een kabinet waarin voor het eerst twee socialisten zitting hadden. Zijn toetreding werd in zijn eigen partij (met name door Colijn) afgekeurd.
In september 1940 van Nederland benoemde koningin Wilhelmina te Londen Gerbrandy tot eerste minister in plaats van de defaitistische De Geer. Gerbrandy handhaafde zoveel mogelijk ministers, met uitzondering van De Geer, ondanks zijn persoonlijke spanningen met de ministers M.P.L. Steenberghe van Economische Zaken en E.N. van Kleffens van Buitenlandse Zaken. Gerbrandy had een hekel aan vergaderen en kon collega-ministers (soms onbedoeld) tegen zich in het harnas jagen door ontactisch gedrag. Daartegenover stonden zijn moed en zijn trouw aan God, Vaderland en Oranje. Tijdens bombardementen weigerde hij vaak de schuilkelders op te zoeken. Hij opperde het idee om via de BBC, radio-uitzendingen voor het bezette Nederland te verzorgen. Via Radio Oranje raakten talloze Nederlanders vertrouwd met zijn merkwaardig hoge stem. Steeds weer trachtte hij hun moed in te spreken. Op 5 mei 1945 kon hij voor de microfoon verklaren: Ge zijt vrij!
Tot begin 1942 was de verstandhouding met Wilhelmina goed, mede omdat Gerbrandy de indruk gaf veel te voelen voor een versterking van het koningschap. Daarna verslechterde de verhouding snel. Gerbrandy wierp zich, in de ogen van Wilhelmina, steeds vaker op als beschermer van slappe ministers. Uiteindelijk kon ze Gerbrandy letterlijk niet meer zien. Voor de buitenwereld bleef de breuk onzichtbaar. Ook tijdens de naoorlogse parlementaire enquête naar het regeringsbeleid in Londen sprak Gerbrandy geen onvertogen woord over zijn vorstin. Zijn verhouding met Churchill daarentegen was uitstekend. Bij geallieerde successen stuurde Gerbrandy regelmatig gelukwensen naar de Engelse premier, soms vergezeld van een fles jenever. 'Sherrybrandy' noemde Churchill de Nederlandse premier, terwijl Gerbrandy Churchill met 'Meneer Kerkuil' aanduidde.
In februari 1945 stapten de socialistische ministers op omdat zij vonden dat Gerbrandy het Militair Gezag in het bevrijde zuiden te veel de vrije hand liet. Gerbrandy formeerde een nieuw kabinet met katholieke en zonder socialistische leden. Na de bevrijding van heel Nederland trad hij af. In juni trad onder Schermerhorn en Drees een nieuw kabinet aan. Gerbrandy was fel gekant tegen het Indonesië-beleid van de regering. Hij werd voorzitter van het Nationale Comité Handhaving Rijkseenheid. Na de soevereiniteitsoverdracht (31 december 1949) en het debacle van de Vrije Republiek der Zuid-Molukken trok hij zich het lot van de Ambonese vluchtelingen aan.
In 1948 keerde Gerbrandy terug in de Tweede Kamer. Zijn fractiegenoten verwelkomden hem met gemengde gevoelens. De ex-premier hield niet van partijdiscipline en zijn driftig temperament kon voor onrust zorgen. Tot zijn ergernis werd hij min of meer geïsoleerd. De rooms-rode samenwerking bleef hij hardnekkig bestrijden. In 1955 werd hij tot minister van staat benoemd. Een jaar later trad hij toe tot de commissie die de affaire rondom gebedsgenezeres Greet Hofmans moest oplossen. Tot 1959 bleef Gerbrandy kamerlid, ondanks gezondheidsproblemen. Op 7 september 1961 overleed hij in Den Haag.

(Deze pagina is een onderdeel van www.ronneke.nl.)