Het begin van
Donald
Duck
"The
Adventure of Mickey Mouse" was één van de eerste Disney-boekjes.
Gedrukt
in kleur werd het in 1931 uitgegeven door David McKay uit New York voor 50
dollarcent. Dit boekje, dat tot aan de Tweede Wereldoorlog werd herdrukt is
bijzonder interessant, omdat daarin al sprake is van een Donald Duck. "Dit
verhaal", zo luidde de tekst, "Gaat over Mickey Mouse, die in een knus
nestje woont onder de vloer van een oude schuur... " Mickey heeft veel
vrienden in de oude schuur: Henry het Paard, Carolien Koe, Patricia Varken en
Donald Duck. Van een Donald Duck is ook sprake in een getekende versie van een
boek dat rond 1932 door Dean & Son werd uitgegeven in Londen. De vreemde
vogel afgebeeld in dit boekje lijkt maar heel vaag op de Donald die we nu
kennen. Dat waren de enige twee boekjes waarin een eend-disneyfiguur voorkwam.
Pas in 1935, nadat de film The Wise Little Hen was uitgekomen verscheen Donald
in een eigen boekje." Donald Duck" telde 14 bladzijdes en werd
uitgegeven door Whitman Publishing in Racine, Wisconsin. Dit verhaal ging over
Donald's pech bij een zwemmeertje, waar hij zich met de twee neefjes van Mickey
bevindt. Geen van de muisjes had een naam, maar ze spraken Donald aan met 'oom'.
In 1935 verscheen ook bij McKay het verhaal van The Wise Little Hen. In 1936
verscheen er een derde boekje, alweer simpelweg Donald Duck getiteld. In al deze
boeken woonde Donald in een gammele woonboot. Hij had een lange snavel, knokige
knieën. een plomp lijf en vage handen
![]()
Het verhaaltje van de The Wise Little Hen. markeerde Donald's filmdebuut, en
resulteerde ook voor een eerste optreden in een strip. Na het uitkomen van de
film in 1934 liep het verhaal ervan vanaf 16 september 1935 enkele maanden in de
zondagsbladen als een van Disney's komische Silly Symphonies strips. Donald was
duidelijk een succes, en hij bleef dan ook in de strip optreden. De strips
werden op dat moment geschreven door Ted Osborne en getekend door Al Taliaferro.
In 1937 werd de titel van de zondagsstripjes "Donald Duck". De neefjes
maakten spoedig hun entree, maar ditmaal werden zij spoedig naar huis gestuurd.
Er was zelfs sprake van dat hun vader tengevolge van een van hun streken in het
ziekenhuis was opgenomen. Op 5 december 1937 verscheen Donald voor het laatst in
de zondagse Silly Symphonie strip. Op 7 februari 1938 echter werd Donald de ster
van zijn eigen dagelijkse zwart-wit strip. Tot jullie 1974 werd deze geschreven
door Bob Karp en getekend door Al Taliaferro tot zijn dood in 1969, een
prestatie van 31 jaar die slechts werd overtroffen door Floyd Gottfredson voor
Mickey en Goofy. Hetzelfde duo produceerde ook Donald's eigen zondagse
zondagsstrip, die voor het eerst verscheen op 10 december 1930, ook al schreef
Ted Osborne enkele van de eerste stripteksten. De stripverhaaltjes behandelden
dezelfde thema's als Donalds tekenfilms uit die tijd: huiselijke rampen
doorspekt met wat afleveringen van bergbeklimmingen of vistochtjes. Maar zij
beklemtoonden altijd Donald's pech en slechte humeur. In de strips, zoals in de
films en de boeken, kreeg Donald een volledige familie met vrienden en buren
erbij. De neefjes arriveerden in Donald's dagelijkse strip in 1938 en op 4
november 1940 kwam Katrien hem het leven moeilijk maken. Als zijn buurvrouw werd
zij een belangrijke figuur in de strips. Oma Duck maakte haar debuut in de strip
op 27 september 1943. Dagobert voegde zich pas in 1960 bij de
zondagsstrip-familie en in 1964 bij de dagelijkse stripfamilie, ook al werd hij
al in 1947 door Carl Barks gecreëerd.
In de loop der jaren is de humor in Donald-strips steeds veranderd. De eerste
grappen waren vooral visueel - Donald achtervolgd door zeehonden, geplaagd door
een haan, badend in een politiezijspan. Dikwijls was er helemaal geen dialoog of
werd het laatste paneeltje niet van tekst voorzien om de grap volledig tot zijn
recht te laten komen.
Donalds zeer succesvolle komische stripcarrière is ook nu nog niet ten einde.
In 1938 startte hij in nog een uitgeversonderneming, en wel in een die hem
uiteindelijk zou brengen in situaties waarin naar plaatsen waarheen geen eend
voor hem zich ooit vertoond had. De fantastische wereld van het stripboek. In
1938 begon in Amerika het verschijnsel stripboek ('Comic Book') een geweldig
succes te worden. Met het eerste optreden met Superman dat jaar werden
stripboeken van de ene op de andere dag een sensatie. Batman en Robin verschenen
in 1939, Captain Marvel in 1940 en Wonder Women in 1941. Disney profiteerde al
snel van de trend. In 1938 produceerde K.K. Publications een zwart-wit Donald
Duck-stripboek in een gekartonneerde omslag. Dell publiceerde een zwart-wit
stripboek met Donald in 1940. Het eerste nummer van Walt Disney Comics and
Stories verscheen in oktober 1940 met Donald op de omslag.
In 1942 werden Barks en Hannah benaderd met het voorstel een Donald
Duck-stripboek te tekenen en te inkten. Met permissie van de Studio werkten de
twee 's avonds en in de weekeinden aan het project. Het was logisch dat de
"Duck Men" gingen doen waar zij het best in waren. Daarom, wellicht op
Disney's suggestie, bewerkten zij een nog niet geproduceerd filmscript. Bob Karp
bracht het verhaal tot een aantal stripvakjes terug en Hannah en Barks deden elk
32 van de 64 bladzijdes. Het resultaat was Dell Four Color Comics no. 9,
"Donald Duck finds Pirate Gold".
Dit is nu een gewild verzamelaarobject met een waarde van rond de 2000 dollar in
1984. Gek genoeg is de tekenaar van de omslag niet bekend. In 1943 schreef en
tekende Carl Barks "Donald Duck and the Mummy's Ring" helemaal zelf,
maar zijn eerste omslag tekende hij pas in juni 1948.
De krantenstrips werden na enige tijd deels herdrukt in het maandenblad Mickey
Mouse Magazine, dat sinds 1933 werd gepubliceerd. Deze uitgave op vrij groot
formaat, bevatte een gevarieerde inhoud aan verhalen, strips, cartoons en
puzzels. Aanvankelijk was het een succesvol product, maar aan het einde van de
jaren dertig verloor het terrein aan de populaire 'comic books', stripboekjes
die de Amerikaanse markt plotseling overspoelden. Men besloot daarom de opzet
van het blad drastisch te veranderen. In 1940 verscheen het eerste echte
stripblad Walt Disneys Comics and Stories, maandelijks uitgegeven door de Dell
Publishing Company.
In plaats van de gebruikelijke vorm die men voor de dagbladen hanteerde, koos
men nu voor een totaal andere opzet. Afgeronde verhalen van hooguit acht
plaatjes per pagina. Deze uitgave stond in 1952 model voor de Nederlandse Donald
Duck- Een vrolijk weekblad!
![]()
Op 25 oktober 1952 verschijnt het eerste nummer van Donald Duck, een vrolijk weekblad in Nederland. Het eerste nummer werd gratis verspreid om de kinderen kennis te laten maken met het weekblad. Het blad telde 24 bladzijdes, deels in kleur en deels in zwart-wit en de abonneeprijs bedroeg 15 cent per nummer. Het blad was meteen populair, dit tot grote ongerustheid van ouders en onderwijzers. Strips werden gezien als sensationeel en zonder enige waarde. De eerste oplage bestond echter gelijk al uit meer dan 150.000 stuks. Twee maanden daarna kwamen daar nog eens 20.000 bij en eind 1953 was de oplage al over de 200.000 heen. In het eerste nummer kwam de kennismaking met Donald die zijn veelbelovende loopbaan bij de Duckstadse brandweer door veel pech, maar ook eigen schuld zag mislukken. In het tweede nummer verschenen Katrien en Guus Geluk. Guus is geen eend maar een gans. Zijn uiterlijk komt echter weinig overeen met Gijs Gans die pas in 1953 in de Donald Duck verscheen. In nummer 9 van 1952 dook ook Dagobert Duck op. Hij werd aangekondigd als Donald's 'rijke oom uit Amerika'. In totaal werden er 10 nummers uitgebracht in 1952.Naar schatting zijn in Nederland 911 miljoen exemplaren van Donald Duck verkocht met een lezerspubliek van 2 miljoen.
De eerste jaren werden de meeste strips nog vertaald uit het Amerikaans, maar na een tijdje werden steeds meer verhalen door Nederlandse tekenaars gemaakt. Steeds vaker werden de strips van Nederlandse tekenaars ook in buitenlandse Disney-uitgaven gepubliceerd. Dit is nu ook nog het geval. Een van de bekendste Nederlandse Ducktekenaars van vroeger is Daan Jippes.